Verdere groei van de biobestedingen in 2010
89,6% van de Belgische gezinnen kocht in 2010 wel eens een bioproduct. 18% van de gezinnen zijn frequent biokopers die instaan voor 78% van alle biobestedingen. De meeste biokopers vinden we in de groenterayon. De groentecategorie wist, zoals alle andere biocategorieën, ook in 2010 meer kopers aan te trekken. Het absolute aantal kopers steeg in deze categorie van 50 naar 58 op 100.
De groei was het sterkst bij de welgestelde gezinnen met kinderen. De gezinnen met kinderen en gepensioneerden met een beperkt inkomen schroefden vorig jaar echter hun biobestedingen terug.
Het marktaandeel van bio (selectie van vooral versproducten voor VLAM) steeg van 1,5% in 2009 naar 1,8%* vorig jaar. Het marktaandeel van biozuivel ligt met 1,7% rond het gemiddelde.
Het grootste marktaandeel hebben de biologische vleesvervangers (21%). Het kleinste marktaandeel hebben de biovleeswaren (0,6%) maar dit aandeel is wel stijgend.
De plantaardige bioproducten met de biogroenten (4,8% marktaandeel) op kop blijven het zeer goed doen.
Biologische producten zijn gemiddeld een derde duurder dan gangbare producten. Het grootste verschil is er bij bio-eieren en braadkip (+75%) en het kleinste bij biogroenteburgers (+2%).
Het aandeel van ‘speciaalzaak, natuurvoedingswinkel en overige’ groeide de voorbij jaren maar lijkt nu te stabiliseren op bijna 31%. De klassieke supermarkt (DIS 1) blijft het grootste kanaal met 45,8% maar verliest wel de laatste twee jaar wat marktaandeel aan hard discount.
Evolutie van de bestedingen aan biologische producten
De bestedingen van de Belgische gezinnen aan biologische producten, opgemeten door GfK Panelservices Benelux, bedroegen vorig jaar ruim 421 miljoen euro. De biobestedingen kwamen hiermee 20% hoger dan het jaar ervoor.
Deze stijging wordt verklaard door een stijging van zowel het aantal biokopers (+ 4,7 op honderd), het besteedde bedrag per gezin (+13%) als de gemiddelde aankoopfrequentie (+12,8%).
De biomarkt tekent nu drie jaar na elkaar, een stevige groei op.
Heeft het bioassortiment zijn ‘sweet spot’ bereikt?
Het aantal bioreferenties dat gemeten werd door GfK is vorig jaar, na een sterke stijging in 2009, met 6% gedaald. De 3.430 gekochte bioreferenties in 2010 liggen wel 10,5% boven het aantal referenties van 2008. Het minder aantal gekochte EAN-referenties duidt wellicht voor een optimalisatie van het assortiment maar het kan ook wijzen op een verschuiving van het koopgedrag naar meer onverpakte, ongebarcodeerde producten. Getuige de sterke groei van de bioversmarkt.
Verscategorieën groeien verder door in 2010
VLAM volgt binnen de overeenkomst met GfK PanelServices Benelux de verse voeding (inclusief diepvries en enkele kruidenierswaren zoals ontbijtgranen, rijst, droge deegwaren en koekjes) op. De cijfers verder in deze tekst hebben enkel betrekking op deze uitgebreide verscategorie.
De grootste biocategorie, deze van de plantaardige voeding, steeg vorig jaar met 21%. De besteding kwam voor deze categorie uit op 197 miljoen euro. De besteding van biologische dierlijke voeding (inclusief vleesvervangers) steeg vorig jaar het sterkst +30% en kwam uit op 90 miljoen euro. De zuivelcategorie groeide met 12% tot 51 miljoen euro. In het laatste kwartaal van 2010 zien we een grote groei voor de dierlijke voeding (+32%) maar een kleinere groei voor de plantaardige voeding (+17%) en voor zuivelproducten (+6%).
Is bio vegetarisch?
De biobesteding bestaat voor ruim 58% uit plantaardige producten. Zuivel neemt 15% voor zijn rekening en andere dierlijke producten bijna 27%. Deze aandelen blijven over de jaren heen vrij stabiel.
Bij de gangbare producten zijn dierlijke producten relatief belangrijker dan bij bio. Bij het gangbare hebben de plantaardige en de dierlijke voeding bijna een gelijk aandeel in de gezinsbestedingen namelijk respectievelijk 44% en 41%.
Zuivel neemt in het gangbare een gelijkaardig aandeel in als bij bio namelijk 15%.
In Vlaanderen ligt het aantal biokopers met 90,3% hoger dan het nationale gemiddelde.
Binnen de productgroepen zijn er grote verschillen in kopersaantallen. De kopersgroep van biogroenten is met 58% veruit de belangrijkste en kende vorig jaar ook een enorme groei. Meer dan de helft van de Belgen koopt dus wel eens biogroenten.De tweede belangrijkste kopersgroep is fruit met 36% die, vorig jaar, zuivel met 33% heeft voorbij gestoken. De biobroodkopers komen met 23% op de vierde plaats.
De biovleeskopers, op de vijfde plaats, zijn samen met de vleeswaren, op de zesde plaats, de sterkste groeiers. Hun aantal verdubbelde respectievelijk van 10 en 7,5 kopers op 100 in 2005 naar 20 en 15 vorig jaar. Een licht groeiende kopersgroep is deze van bio-eieren op de zevende plaats met 14%. De kopers van biogevogelte en bioaardappelen zijn met 10% kleinere kopersgroepen. Het rijtje wordt gesloten door de biovleesvervangers met zo’n 6%.
Alle biocategorieën trokken vorig jaar meer kopers aan.
Potentieel bij de welgestelde gezinnen met kinderen
In absolute cijfers zijn de welgestelde gezinnen met kinderen en de welgestelde gepensioneerden de belangrijkste groep biokopers. Samen zijn zij verantwoordelijk voor ruim de helft van de biobesteding terwijl zij zo’n 41% van de bevolking uitmaken. Hun aandeel in de biobesteding en in de bevolking is wel groeiend. Er is evenwel bij de welgestelde gezinnen met kinderen nog potentieel omdat deze groep met een marktaandeel van 1,6% onder het gemiddelde van 1,8% zit.
Huishoudens met kinderen met een beperkt inkomen haken verder af en scoren met een marktaandeel van 0,9% ver onder het gemiddelde. Wellicht is de prijs voor hen een te grote drempel om bio te (blijven) kopen. Deze groep heeft, door de crisis, zijn biobestedingen gevoelig teruggeschroefd.
Jonge alleenstaanden (<40j) zijn wat ondervertegenwoordigd bij het totaal aantal biokopers maar éénmaal overtuigd zijn het wel intensieve biokopers. Zij halen met 2,4% zelfs het hoogste marktaandeel. Ook de oudere alleenstaanden (>40j) scoren qua bio-aandeel boven het gemiddelde.
Biobestedingen per capita
Analoog met het aantal kopers is biogroenten voor de besteding per capita koploper en een sterke groeier met een bedrag van rond de 6,60 euro. Zuivel komt met 4,70 euro per capita op de tweede plaats. Verder volgt fruit (4,40 euro) en brood (3,60 euro).
Aan biovlees wordt 3,30 euro per Belg besteed. Biogevogelte en bio-eieren volgen met 1,60 en 1,50 euro. Biovleeswaren, bioaardappelen en biovleesvervangers sluiten de rij met respectievelijk 1 euro, 70 en 50 cent per capita.
Marktaandeel bio varieert sterk van product tot product
De biologische producten haalden in 2010 een marktaandeel van 1,8% binnen de totale gezinsbestedingen aan voedingsproducten in België. In 2009 bedroeg dit slechts 1,5%. Het marktaandeel van bio verschilt wel sterk van product tot product. De producten met het hoogste bio-aandeel zijn vleesvervangers met bijna 21%, eieren (8,3%), groenten (4,8%) en brood (3%). De vleeswaren staan op de laatste plaats met 0,6%.
De bioklant houdt van gespecialiseerde kanalen en het persoonlijk contact met de verkoper
Bijna één op twee bioaankopen gebeurt in de klassieke supermarkt (DIS 1: Carrefour Hyper/Market/GB, Delhaize Supermarkt, Colruyt, Cora, Match, Makro, Champion) en de hard discount (Aldi en Lidl). DIS 1 is met bijna 46% van de markt het belangrijkste biokanaal maar verloor vorig jaar wel terrein aan harddiscount en buurtsupermarkt. De andere helft van de biobestedingen gebeurt in de gespecialiseerde kanalen en de kanalen met rechtstreeks contact tussen klant en verkoper namelijk de speciaalzaak, de hoeve, de openbare markt en de buurtsupermarkt (o.a. Delhaize AD/City/Proxi, Carrefour Express, Okay, Smatch, Spar, Cash Fresh...).
De speciaalzaak/natuurvoedingswinkels/overige algemene voeding (inclusief bioplanet) zijn met 30,8% het tweede belangrijkste kanaal en de grootste groeier, al lijkt deze groei te stagneren.
Een verschil met de gangbare producten is het lage aandeel van hard discount. Dit kanaal betekent voor bio minder dan 4% tegenover 17% voor de gangbare voeding. De rechtstreekse verkoop zag zijn aandeel vorig jaar stagneren op 3,4%. De openbare markt daalde lichtjes naar 4,3% marktaandeel.
Prijsverschil bio versus gangbaar
Bio is gemiddeld een derde duurder dan niet-bio. Over de jaren heen is dit prijsverschil quasi stabiel. Er zijn wel grote prijsverschillen tussen bio en gangbaar afhankelijk van het product. Het grootste verschil is er bij bio-eieren en braadkip (+75%) en het kleinste bij biogroenteburgers (+2%).
Ook de evolutie van het prijsverschil verschilt van product tot product. Bij bio-aardappelen werd het verschil kleiner over de jaren heen. Bij biotomaten werd het verschil groter.
Voor halfvolle melk schommelde het prijsverschil de laatste jaren wel wat maar gemiddeld is bio hier twee derde duurder. Voor yoghurt en geitenkaas is de meerprijs quasi stabiel gebleven op respectievelijk 29% en 38%.
Biobrood is zo’n 30% duurder dan de gangbare variant. Bij varkenskotelet werd het verschil tussen bio en niet-bio groter. De surplus steeg in drie jaar tijd van 35 naar 59%.
De volledige tekst MET grafieken vindt u bijgevoegd.
Contactpersoon :
Leen GuffensPersvoorlichter B-to-B
Tel +32 2 552 80 75
Fax +32 2 552 80 01
