NL   FR   EN   DE     
VLAM-Press Corner

Belgisch vlees heeft het beste imago in Duitsland

datum24-02-2009
Het Belgische vlees heeft van de buitenlandse hoofdleveranciers het beste imago in Duitsland. Hiermee steken we voor het eerst Denemarken voorbij. Dat blijkt uit een onderzoek dat het Belgian Meat Office van VLAM eind 2008 liet uitvoeren bij Duitse aankoopverantwoordelijken. Gezien Duitsland onze belangrijkste exportmarkt is, blijft het belangrijk de evolutie van ons imago er op de voet op te volgen.

Vinger aan de pols op kernmarkt Duitsland
De Duitse markt is goed voor de helft van de Belgische export van varkensvlees. Ook voor rund- en kalfsvlees is de Duitse markt erg belangrijk, met 16% van de totale export. Voor België is de Duitse vleesmarkt daarom cruciaal. In nauwe samenwerking met de vleessectoren voert VLAM via zijn exportbureau Belgian Meat Office een zeer gericht exportpromotiebeleid. Dit richt zich naar de handel en verwerkende nijverheid met als doel het imago van Belgisch vlees en Belgische vleesleveranciers te verbeteren.

Aankoopverantwoordelijken in Duitsland reageren op ons gewijzigd promotiebeleid
Welnu, hoe zit dat nu precies met dat imago? Belgian Meat Office onderzoekt het regelmatig via het Duitse onderzoeksbureau DIMA. Want aan wie kan je beter vragen wat Duitsers van ons denken dan… aan Duitsers zelf? DIMA ging na hoe het imago van Belgisch vlees en de Belgische vleesleveranciers geëvolueerd was ten opzichte van de vorige studies in 2005 en 2007. Het bureau ondervroeg daarvoor 181 aankoopverantwoordelijken van groothandels, uitsnijderijen, distributieketens en uit de verwerkende industrie. Zo wil Belgian Meat Office het effect van de communicatie-inspanningen nagaan. In 2008 maakte de sector de keuze om de helft van het promotiebudget voor Duitsland in te zetten voor prospectieacties in Zuid-Oost Europa. Deze studie was dus extra belangrijk om het effect van deze nieuwe beleidskeuze in te schatten.

De resultaten

1. Aankoopcriteria

Het aankoopcriterium bij uitstek is de vleeskwaliteit: liefst 88% van de respondenten vermeldt dit spontaan. De aankoper kijkt daarbij naar de watervastheid, versheid en magerheid. Hij verwacht ook dat de juiste snit wordt geleverd, precies zoals hij die wil.

40% verwacht ook een gewaarborgde kwaliteit, met hoge hygiënestandaards, traceerbaarheid, correcte behandeling van het vlees (koudeketen etc.) en strenge controles.

Opvallend is dat 37% van de Duitse aankopers snelle aanlevering als een belangrijk punt aanhaalt. Voor de verwerkende industrie scoort dit het hoogst met 42%. België als buurland en met zijn uitgebreide transportnetwerk biedt hiervoor het gepaste antwoord. De vraag is of de Duitse klant dit voldoende beseft.

Uiteraard speelt ook het criterium prijs een belangrijke rol. Eén derde haalt prijs aan, maar slechts een minderheid van 8% kiest zomaar voor ‘goedkoop’. Het leeuwendeel wil een correcte prijs t.o.v de kwaliteit en dienstverlening. Het herkomstland is voor een Duitse klant van ondergeschikt belang, slecht 6% zweert louter bij Duits vlees.

Op de vraag of ze liever van een grote leverancier kopen dan wel van een middelgrote of kleine leverancier was het antwoord opvallend: liefst 38% koopt liever bij een klein of middelgroot bedrijf, tegen slechts 11% die een grote leverancier verkiest. Goed nieuws voor onze KMO’s: betrouwbaarheid en snelheid van levering zijn veel belangrijkere eisen waaraan een leverancier moet voldoen.

2. Informatiebronnen

De belangrijkste manier om zich te informeren zijn persoonlijke gesprekken en vaktijdschriften. In Duitsland bestaat een kwaliteitsvolle vakpers waarmee Belgian Meat Office regelmatig samenwerkt. De studie gaf aan dat slechts 1% van de ondervraagden nooit een vakblad leest! Voor Belgian Meat Office is dit goed nieuws: een belangrijk deel van de communicatie-inspanningen wordt geïnvesteerd in advertenties en artikels. Dit blijkt de juiste keuze: de aankoper ziet en leest ze.
Voor de aankoopbeslissing zelf is uiteraard het gesprek met de leverancier ook enorm belangrijk. Vakbeurzen gelden tevens als een belangrijke informatiebron.

De herinnering van de publiciteit voor Belgisch vlees scoorde met 34% beduidend minder dan de 74% in 2007. Dit is rechtsreeks het gevolg van de lagere reclamedruk in Duitsland. Belgian Meat Office bouwde de inspanningen er immers gevoelig af in 2008, ten voordele van acties in Zuid-Oost Europa.

3. Imago

Welk imago heeft Belgisch vlees nu? En hoe zit dat met onze concurrenten? Sinds 2008 is Duitsland zelfvoorzienend en zelfs netto-exporteur geworden van varkensvlees. Ze voeren evenveel in als voordien, maar hun export steeg exponentieel. Ze zijn daarmee een echte draaischijf geworden in Europa. Wat Duits vlees aan imago wint, gaat ten koste van het imago van de andere vleesleveranciers. Het imago van Belgisch vlees is er dus wat op achteruitgegaan, zo blijkt, maar Denemarken en Nederland kregen beduidend grotere klappen te verduren.
De Denen hebben bij de ombouw naar Danish Meat Association hun promotie even uit het oog verloren, maar komen sedert het najaar 2008 met een sterke campagne terug. De Nederlanders hebben twee jaar geleden hun Voorlichtingsbureau in Duitsland opgedoekt, met catastrofale gevolgen voor het imago, zo blijkt. Het Vion-vlees uit Nederland wordt er wel als “Duits” ervaren, vandaar dat ze de communicatie kunnen verwaarlozen.
De relatieve imagowinst is wel goed nieuws. België heeft nu zelfs het beste imago van de drie grote vleesleveranciers. Dat was in 2007 niet het geval, toen bleek Denemarken nog een beter imago te hebben dan België. België blinkt uit op vlak van juiste en gelijkmatige snit, betrouwbaarheid van levering. Ook onze flexibele houding is een sterk punt.

Het campagnebeeld en de grafiek met de spontaan vermelde aankoopcriteria kan u hieronder downloaden.


icon_persverantwoordelijkeContactpersoon :
Leen Guffens
Persvoorlichter B-to-B
Tel +32 2 552 80 75

Fax +32 2 552 80 01

leen.guffens@vlam.be

print
foto